Talk of the Town | Jan Rothuizen
Verhalen van de stad
Jan Rothuizen wandelt door de stad en tekent zijn belevenissen, ontmoetingen en associaties. Nou ja, tekent? Taal heeft in zijn werk misschien wel de overhand. Met zijn combinatie van tekst en tekening wijst Rothuizen ons op de eigenaardigheden, details en persoonlijke verhalen van de stad. Of dat nu zijn woonplaats Amsterdam, New York of een vluchtelingenkamp is.
‘Het stedelijke leven kan ook klein zijn’ – Jan Rothuizen
Is hij schrijver, architect of beeldend kunstenaar? ‘Dat laatste,’ zegt Jan Rothuizen (Amsterdam, 1968) vastberaden. ‘Als kunstenaar heb ik de vrijheid om te kiezen wat ik doe of maak.’ Toch kennen de meeste mensen hem niet uit de galeriewereld, maar van zijn gepubliceerde werk, zoals tekeningen in de Volkskrant of zijn boek De zachte atlas van Amsterdam. Momenteel is een nieuw boek over Amsterdam in de maak, met de werktitel De veranderstad. ‘Wat vinden jullie?’ vraagt hij aan het publiek van Talk of the Town. Ondanks uiteenlopende suggesties – ‘de vorige titel klonk veel persoonlijker’ - bleek de werktitel toch het meest geschikt. ‘Het boek laat zien hoe Amsterdam ontwikkelt en verandert.’
Zijn Amsterdam
In april 2017 verschijnt het boek met tekeningen van Amsterdam, met onderwerpen als het toerisme op de Dam, het kroegenaanbod in Noord, maar ook meer intieme bezoekjes aan bekenden van de kunstenaar. ‘Schrijver Frank Starik bijvoorbeeld, met wie ik bevriend ben. Maar ik ben ook langsgegaan bij mijn Colombiaanse schoonmaakster. Ik realiseerde me dat zij wekelijks bij mij komt en de sleutel van mijn huis heeft, terwijl ik niet wist hoe zij woonde. Het stedelijke leven kan ook klein, bij iemand thuis, zijn.’ Rothuizens kijk op de stad is zowel persoonlijk als universeel. In iedere tekening zit wel iets dat een willekeurige kijker aanspreekt en het beeld intrekt. De verhalen die je daar aantreft, roepen herkenning of verwondering op. Rothuizen: ‘Het is mijn beleving, maar ik ben ook een soort doorgeefluik.
Stadsromantiek
Het begon allemaal met graffiti. ‘Eind jaren tachtig exposeerden Amerikaanse graffitikunstenaars in een galerie bij mij in de buurt. Dat ging ik met vriendjes imiteren’, zegt Rothuizen. ‘Een soort stadsromantiek.’ Hij bleek uiteindelijk niet zo’n graffitispuiter; meer een tekenaar. Maar het grootstedelijke leven bleef hem intrigeren. Rothuizen woonde zelfs enige tijd in New York. ‘De dynamiek van de stad trekt me aan. Ik ben nieuwsgierig naar de mensen die er wonen, hoe ze de stad ervaren, zich de stad toe-eigenen.’ Dat heeft veel te maken met subjectieve beleving, zoals die van hemzelf. ‘Als plekken veranderen, zie je nog steeds wat er ooit was. Als je gemoed verandert, verandert de stad mee’, zegt Rothuizen.
Vluchtelingenkamp: nieuwe stad
Enkele jaren geleden ging hij samen met een fotograaf en een journalist op eigen initiatief naar een vluchtelingenkamp in het noorden van Irak. ‘Dat was voor de grote vluchtelingenstroom.’ Wat ging hij daar doen, wat dacht hij er te vinden? Rothuizen: ‘Ik was in Nederland al in verschillende asielzoekerscentra geweest en de nadruk lag steeds zo op de zieligheid van de bewoners. Het ís natuurlijk zielig, maar ik wilde ook de andere kant zien. Ik was nieuwsgierig naar het ontstaan van nieuwe steden, hoe mensen eigenhandig hun leefomgeving vormgeven.’ Hij maakte ter plekke schetsen, die door middel van nummering corresponderen met geschreven aantekeningen, zoals ‘daar zat een man op een stoel’. ‘Dat breng ik vervolgens samen in één grote tekening’, legt hij uit.
Tent met voortuin
Met behulp van zijn tablet voert hij het publiek, vanaf de toegangspoort als startpunt, mee door zijn tekening van het kamp. ‘Hier is de singles area. Daar wonen alleen mannen, een gevaarlijk gebied. En hier is de oudste straat: twee jaar. In vluchtelingenjargon is dit best een oude stad. In het westen zien wij zo’n kamp als tijdelijk, maar voor de bewoners is de tijdelijkheid permanent.’ Hij laat ook zien hoe mensen een eigen plek creëren: ‘Ze zorgen bijvoorbeeld voor een echte deur met slot, al is de rest van hun onderkomen van zeil, en zetten een voortuin af voor hun tentjes.’ Rothuizen geeft niet ieder detail weer. Maar, zo lezen we in zijn tekening, ‘dat ik hier geen hutjes teken betekent niet dat ze er niet zijn’.
Tekening als portret
Hij ontmoette bewoners van deze ‘vluchtelingenstad’ en stuitte op bijzondere verhalen. Zo maakte hij kennis met een jongen die er naar eigen zeggen ‘op vakantie was, om familie te helpen’ en die er vervolgens niet meer wegkwam. Ook tekende hij het interieur van de tent van Alan, waarbij veelzeggende quotes - ‘mijn geheugen martelt mij’ - zijn genoteerd. ‘Ik sprak met hem en schreef en tekende intussen wat ik zag en hoorde. We keken een voetbalwedstrijd. Live, want iedereen had daar kabel. Een levensbehoefte.’ Rothuizen geeft de vluchteling een stem; in de tekening is Alan aan het woord. Een portret, zonder dat de bewoner van de tent zelf in beeld is gebracht. ‘Met mijn taal kan ik veel vertellen, maar ook andere mensen aan het woord laten.’
Het alledaagse
Als de tekening ons iets vertelt, is het wel dat vluchtelingen in korte tijd en met veerkracht zelf invulling geven aan hun verblijfplaats. De manier waarop een kamp tot stand komt, roept bij Barbara Kruijsen (conservator van Museum Het Valkhof) associaties op met de bouw van Romeinse nederzettingen. Maar bij het bekijken van de museale collectie viel het oog van Rothuizen op recenter werk: een prent van Jan Rombout uit 1944. Net als Rothuizen duidt deze kunstenaar zijn getekende werk met tekst, al doet hij dat niet binnen de tekening, maar door middel van nummering en een corresponderende bijlage. Afgebeeld is het leven op de Grote Markt in Nijmegen in de oorlogsjaren. ‘Op 22 februari van dat jaar raakte de kerk zwaar beschadigd bij het bombardement, maar Rombout kiest ervoor om de toren intact weer te geven. Het alledaagse staat hier centraal’, zegt Rothuizen. Of hij zich in dit werk herkent? ‘Ja, al tref je in mijn werk beduidend minder mensen aan. Ik vind vooral de cartoonachtige details goed, zoals het tuintje op het dak, de karikatuur van de politieagent en de tekst ‘ladders ophalen’ op de ramen van de kousenreparatiezaak. Dit laat zien dat je te allen tijde de werkelijkheid naar je hand kunt zetten en begrijpelijk in beeld kunt brengen.’ In de tekeningen van zowel Rombout als Rothuizen krijgt de grootsheid van de stad een menselijke maat.
Merel van den Nieuwenhof in opdracht van Fabrikaat | 2016