Talk of the Town | Scapetransformer

De schoonheid van stedelijk afvalgeluid

De eerste Talk of the Town op 11 augustus 2016 stond in het teken van geluidskunstenaar Scapetransformer (Jelle Buma, Leeuwarden 1971) en de rol van stedelijke geluiden in zijn werk. Moderator Arie-Willem Bijl ging met hem en het publiek in gesprek, waarna Buma een indrukwekkend drum and soundscape performance gaf. Zowel museaal als muzikaal staat op de avond van geluidskunstenaar Scapetransformer , de schoonheid van het ongewenste centraal.

‘Ik zoek het graag in de beperking’ – Scapetransformer

Hard en intelligent
Eerst een kennismaking: wie is Jelle? Buma vertelt hoe hij vanaf zijn veertiende met veel plezier in verschillende bandjes drumde. ‘We maakten muziek in de harde en intelligente hoek.’ Zijn rol binnen de band sloot niet altijd aan bij zijn visie als muzikant: ‘Als drummer heb je weinig zeggenschap over wat buiten de ritmiek valt.’ Zodoende koos hij er zes jaar geleden voor om solo te gaan. ‘Ik maak nu muziek zoals ik dat wil. Geen concessies.’

Balans
De kennismaking met de mogelijkheden van de Roland SPD-S was bepalend. ‘Dat apparaat is mijn carrière’, aldus Buma. Al is de functionaliteit voor de leek wellicht onnavolgbaar, Buma houdt het graag simpel. ‘De opvolger heeft meer mogelijkheden, daar hou ik niet zo van. Ik zoek het graag in de beperking.’ Drummen in combinatie met elektronica; hoe noemt hij zichzelf als muzikant? ‘Ik beschreef het altijd als drum and soundscape performer. Twee jaar geleden, toen mijn eerste album uitkwam, ben ik het industrial dubstep frenzy gaan noemen. Maar geluidskunstenaar vind ik ook goed, hoor.’ Industrial, heeft dat iets te maken met het eerdergenoemde ‘hard en intelligent’? Buma: ‘Ja, ik maak nog steeds gebruik van interessante maatsoorten, waar je vaker naar moet luisteren om ze te snappen. Maar er is ook zoiets als té intelligent. Ik zoek daarin een balans, het moet nog wel te beluisteren zijn.’

Toponiemen
Hegebrege, Koaibosk... Waar komen de titels van het eerste album Sweach vandaan? ‘Is de plaat vernoemd naar de plaatselijke voetbalclub van Beetsterzwaag?’ vraagt Bijl zich af. Dat blijkt niet het geval, al zit hij er niet ver naast. Buma legt uit: ‘Het is altijd moeilijk om instrumentale muziek titels te geven. Ik besloot voor toponiemen, plaatsaanduidingen, te kiezen. Daarnaast moesten het woorden zijn die internationaal uitspreekbaar zijn.’ De titels verwijzen naar viaducten in het noorden van het land. ‘Als je van Heerenveen naar Groningen rijdt, komt mijn hele cd voorbij.’ Duiken in inspiratie, link werk jelle - stad?

De stad
Via die route tussen twee steden en Buma’s daytime job als geohydroloog (grondwaterspecialist) komt het gesprek uit bij de stad. Is dat een inspiratiebron? ‘Mijn relatie met de stad is dubbel’, vertelt Buma. ‘Het inspireert me, maar ik vind de stad ook snel druk. Ik ben gevoelig voor prikkels.' Hij illustreert dat met een foto van de verkeerssituatie van een van de belangrijkste invalswegen van zijn woonplaats Utrecht. ‘Je krijgt zoveel borden en informatie voor je kiezen, aan het eind van die weg ben ik vaak daas. Ik vind het kennelijk ook nodig om alles even serieus te nemen.’ Datzelfde geldt voor geluiden. ‘Geklus in de buurt werkt op mijn zenuwen. Maar sinds ik me ervan bewust ben dat ik meer hoor, maak ik onderscheid: er zijn ook mooie geluiden in de stad.’

Museaal afval
Voorafgaand aan Talk of the Town bezocht Buma Museum Het Valkhof om samen met conservator Barbara Kruijsen op zoek te gaan naar het stedelijke in de museale collectie. Kruijsen: ‘We spraken over de gejaagdheid van de stad en afvalgeluiden, die verdwijnen als ze niemand opvallen. De collectie bevat ook materiaal uit beerputten, dat op een bepaald moment door iemand als afval is bestempeld.’ Dat sloot aan bij Buma’s visie: ‘Geluiden in de stad kunnen in meer of mindere mate afval zijn. Ik onderscheid drie categorieën. Decoratief geluid, zoals kerkklokken, vinden veel mensen mooi. Dan is er functioneel geluid, zoals de rateltikker van een voetgangerslicht. Dat is niet mooi, maar wel nodig. En er is afvalgeluid, zoals geluiden op een bouwplaats. Die hebben op zichzelf geen functie, het is meer een bijkomstigheid. Toch kun je een interessante gelaagdheid ontdekken in die combinatie van geluiden, zoals het hoge gerinkel van een drilboor en de basachtige dreun van een motor.’

Schoonheid
De zoektocht in de collectie van Museum Het Valkhof resulteerde in een verrassend bescheiden vondst: drie stenen. Buma laat ze zien en vertelt: ‘Het zijn haardstenen van een zestiende-eeuws herenhuis. Ze zijn decoratief, met een mooi patroon waar aandacht aan is besteed. Ze worden nu bewaard in een museum, maar zijn ooit uit een puinhoop gevist. Er kan dus verschillend over worden gedacht.’ En dat geldt ook voor de afvalgeluiden in onze leefomgeving. ‘Als je daar anders naar gaat luisteren, kun je ook daar schoonheid in horen’, besluit Buma. Hij zet zijn conclusies kracht bij als hij even later in het nabijgelegen paviljoen KAPKAR/ SF-P7S enkele nummers ten gehore brengt. Meer dan een kleine toevoeging, zoals ‘Dit is de soundtrack van de treinforens’, is niet nodig om zo nu en dan een bekend geluid waar te nemen. In trance staart het publiek naar de lichten van de auto’s op de Waalbrug, die in de stromende regen uiteen lijken te spatten op de golfplaten van het paviljoen. Als een illustratie bij de soundtrack van de dynamiek van de stad.

 

Merel van den Nieuwenhof in opdracht van FABRIKAAT | 2016