Talk of the Town | Iswanto Hartono

 

Iswanto Hartono heeft als startpunt van deze Talk of the Town een werk uit de omvangrijke Toorop collectie van Museum het Valkhof gekozen. De symbolistische schilder Jan Toorop woonde enige tijd in Nijmegen, en is in dezelfde stad geboren als Hartono: Purworejo. Veel verder dan de gemeenschappelijke geboorteplaats gaat de vergelijking tussen de twee kunstenaars echter niet. Waar Toorop een symbolistisch oeuvre opbouwde waarbinnen hij een voor Nederland uitzonderlijk sierlijk stylisme ontwikkelde, daar beslaat Hartono’s praktijk veel verschillende media en artistieke positie’s en zijn stijlkenmerken juist opvallend afwezig.

We spreken met Iswanto Hartono nadat hij in het Centre Pompidou in Parijs een tentoonstelling, of eigenlijk meer een werkruimte heeft ingericht met het Indonesische collectief Ruangrupa. Daarvoor maakte hij een solotentoonstelling in de Oude Kerk te Amsterdam, waar hij ingaat op een aantal koloniale vraagstukken die met deze kerk verbonden zijn, onder andere door de graven van belangrijke VOC persoonlijkheden.

Iswanto Hartono werd in eerste instantie opgeleid als architect in Jakarta. Een jaar werkervaring leerde hem dat de mogelijkheden om eigen onderwerpen aan te snijden en zelf richting te geven in de architectuur zo goed als onmogelijk is, zeker voor een beginnend architect in een bestaand bureau. Hartono’s interesse in sociale en politieke onderwerpen en de wil om op een directe en actieve manier met urbane vraagstukken om te gaan dreven hem naar de kunst. Na twee jaar op de kunstacademie van Jakarta te hebben gestudeerd werd hij toegelaten tot een master in Urban Design in New Delhi in India. Het viel hem op dat het koloniale verleden voor de Indiërs een veel levendiger en explicieter publiek gespreksonderwerp is dan het koloniale verleden in Indonesië. Hij wijt dat onder andere aan de verschillende koloniale opvattingen van de Britten en de Nederlanders. De Britten beschouwden India als een te ontwikkelen onderdeel van The Britisch Empire, terwijl de interesse van de Nederlanders voornamelijk uitging naar het handelsmonopolie in Azië.

Na de master keerde hij terug naar Indonesië en begon hij op uitnodiging van een priester te werken in een van de grote kampungs van centraal Jakarta. Lokale activiteiten op het gebied van politieke bewustwording, culturele ontwikkeling en kleinschalige ambachtelijke en economische initiatieven wisselde hij af met een kunstenaarspraktijk van tentoonstellingen en artist-in-residencies. In het Vermont Studio Centre in de VS bijvoorbeeld, maakte hij een installatie van met motorolie geschilderde doeken en speelgoedparachutisten die aan parachutes van landkaarten hingen. Bij binnenkomst van de Verenigde Staten werd Hartono op het vliegveld uit de rij gehaald en ruim een uur ondervraagd door de douane. Hij verwerkte deze ervaring in een performance waarbij het publiek van de tentoonstelling in Vermont eerst een heel registratietraject met formulieren, verificaties en stempels moest doorlopen voor ze de tentoonstelling konden bekijken.

In 2008 sloot Hartono zich aan bij Ruangrupa, een kunstenaarscollectief dat toen al bijna tien jaar actief was. Ruangrupa  opereert in de context van de internationale kunstwereld. Ze activeren museumzalen en biennales door er in samenwerking met lokale culturele partners multifunctionele werkruimtes van te maken. Het zijn platforms voor onderzoek en discussie, muziekoptredens en andere activiteiten. Ze lopen daarbij meestal snel tegen de rigide regels van de kunstinstellingen op. In het Centre Pompidou wilden ze bijvoorbeeld gebruik maken van het restmateriaal van oude tentoonstellingen, dat stuitte op grote problemen, zo vroeg de Pompidou-directie zich af of er geen ontwerpers-copyright zat op de projectieschermen uit een vorige tentoonstelling die Ruangrupa wilde hergebruiken. Ook werd het hun verboden om met de speciaal voor deze tentoonstelling gemaakte filmprojectie-auto in de tentoonstelling rond te rijden. Zelfs een installatie van stadskaarten van Parijs waarop het publiek met stickers en markers konden aangeven waar ze vandaan komen en hoe ze zich door de stad bewegen, stuitte op bezwaren van het tentoonstellings-instituut: in museumzalen mag het publiek niet zelf tekenen.

In Jakarta is Ruangrupa sinds kort een samenwerking aangegaan met zes andere kunstenaarscollectieven. Gezamenlijk beheren en cureren ze twee enorme fabriekshallen in het centrum van Jakarta. Er zijn tentoonstellingen, popconcerten, vrijmarkten en horeca. Na 17 jaar internationale kunstwereld hoopt Ruangrupa met dit initiatief een stabiele en duurzame culturele motor in Jakarta op te starten. En daarmee komen we uiteindelijk in de Waalsprong terecht, wat zou er voor nodig zijn om een levende culturele dynamiek op deze plek te entameren? Het faciliteren van een platform, podium en ontmoetingsplek waar het gesprek en experiment kan plaatsvinden, wat FABRIKAAT met Art Laboratory beoogt, is een goed begin.

Iswanto Hartono verbleef in de periode rond dit gesprek met zijn vrouw en jongste zoon enkele dagen in de boerderij op het erf van Art Laboratory, waar FABRIKAAT ontmoetingen met bestaande en nieuwe samenwerkingspartners faciliteerde.

 

Gijs Frieling in opdracht van FABRIKAAT | september 2017