Programma 1: Kaatje en de zoektocht naar het geheime recept

Aan de hand van een verhaallijn over het fantasiefiguur Kaatje maken de kleuters kennis met de verschillende aspecten die horen bij de Honig fabriek. De kinderen worden gevraagd om Kaatje (die is achtergebleven in de fabriek) te helpen bij het opsporen van het geheime recept voor het maken van pasta. Ze lopen een route door verschillende leegstaande ruimtes binnen de Honig fabriek. Aan de hand van aanwezige kenmerken van de verleden functie (fabriekssymbolen, machines, architecturale kenmerken, afbeeldingen van werkende Honigmedewerkers) worden de kinderen gestimuleerd om te associëren en om betekenis te geven aan deze informatie.  Het fantasiefiguur Kaatje is afgeleid van het gele poppetje dat een looproute symboliseert in industriële omgeving. Dit figuur is tevens een ‘fysieke’ pop. Bij de pop hoort een inleidend verhaal over Kaatje en de zoektocht naar het geheime recept.  Kinderen maken op deze manier vooraf kennis met het fenomeen ‘fabriek’ en met de verhaallijn, waarin ze in het tweede deel van het programma zelf een actieve rol gaan vervullen. 

Programma 2: Sporen van vroeger

De kinderen komen op bezoek bij Fabrikaat. Aan de hand van een koffer deels gevuld met erfgoed materiaal van de Honig fabriek wordt besproken wat erfgoed is en worden verhalen verteld en associaties gedeeld. De kinderen worden ook gevraagd de inhoud van de koffer aan te vullen met hun eigen meegebrachte voorwerpen van vroeger. Kinderen geven hierdoor betekenis aan de verschillende voorwerpen. Ze beantwoorden vragen als: waarom gooien we oude spullen niet gewoon weg? Van wie zou dit zijn geweest? Hoe kan je zien dat het iets van vroeger is? In de lege ruimtes van de Honig fabriek gaan de leerlingen op zoek naar sporen van vroeger en bedenken ze zelf een nieuwe invulling voor de leegstaande ruimtes: misschien een zwembad of een skatebaan?