“De mens van de toekomst..., de mensen van de toekomst zijn degenen die je nu al op de vuilnisbelten van India en Zuid Amerika ziet en die leven van het sorteren en hergebruiken van afval!”

Joseph Beuys tegen Yannis Kounellis in: Una Conversatione
Joseph Beuys, Yannis Kounellis, Anselm Kiefer, Enzo Cucchi
1986 Parkett publishers Zurich

Marjan Teeuwen is een kunstenaar die slooppanden omwerkt tot tijdelijke kunstwerken. Samen met een bescheiden team - een constructeur, een aannemer en een of twee assistenten - transformeert zij de verlaten gebouwen tot ruimtelijke decors waarvan ze vervolgens zeer precieze foto’s maakt. Haar werkwijze ontwikkelt zich van gebouw tot gebouw, maar kent ook een aantal constanten: eerst analyseert ze samen met haar constructeur de draagkracht, de lasten en de gebruikte materialen. Vervolgens worden steunconstructies aangebracht die de constructieve verbanden die Teeuwen wil doorbreken of wegzagen overnemen. Vervolgens word het gebouw gestript, worden er gaten in muren gezaagd of gebroken en vloeren geheel of gedeeltelijk verwijderd. De weggehaalde materialen worden gesorteerd en hergebruikt in gestapelde geïntegreerde sculpturen. Dit sorteren en stapelen brengt een zorgzame en aandachtige sfeer in de ruimtes die ook in de foto’s navoelbaar blijft. Zoals in de natuur opbouw en afbraak met elkaar in evenwicht zijn, zo roept het vertraagd en aandachtig slopen en herschikken van Teeuwen een onverwacht gevoel van troost op. Haar meest recente kunstwerk realiseerde zij in Gaza. Op die plek word haar beeldtaal op spanning gebracht door de overal aanwezige ruïnes van gebombardeerde huizen. En juist daar wordt de opbouwende, positieve kracht van haar werk versterkt zichtbaar.

De eerste lezing die Rijksbouwmeester Floris Alkemade als lector van de Amsterdamse Academie van Bouwkunst hield heette ‘Tabula Scripta’. Daarin argumenteert hij dat architecten niet meer kunnen volhouden dat zij uit het niets scheppen. De mythe van het nieuwe en unieke, de sterarchitecten en hun iconische gebouwen, staat een noodzakelijke ontwikkeling die op een veel intelligentere en bescheidener manier uitgaat van het voortbouwen en aanpassen van het bestaande, in de weg. Even leek de crisis de eerste prille voorbeelden van zo’n nieuwe zorgvuldige bouwcultuur te bewerkstelligen, maar inmiddels is het grootschalig slopen en bouwen alweer aan een nieuwe opmars bezig.

In de Waalsprong onder Oosterhout, waar ik woon zijn, niet alleen bijna alle oorspronkelijke boerderijen gesloopt om ruimte te maken voor generieke nieuwbouw; ook bijna alle wegen, straten en paden zijn omgelegd of verdwenen. Zeker dit laatste bewerkstelligt een snelle en definitieve breuk met de geschiedenis van een gebied. Ook op dit schaalniveau zou de methode van Marjan Teeuwen en de inzichten van Floris Alkemade welkom zijn. Een subtiele en aandachtige vervlechting van behoud, afbraak en (gedeeltelijke) nieuwbouw zou het gevoel van verbondenheid met de geest van een streek kunnen behouden, en zelfs versterken. En dat is een rijke voedingsbodem voor cultuur, levendigheid en welzijn.

Gijs Frieling, september 2017