Loved ones, loved ones visit the building
Take the highway, park and come up and see me
I'll be working, working but if you come visit
I'll put down what I'm doing, my friends are important                                                          Uit: Don’t worry about the government, Talking Heads, 77


De Talk of the Town’s beginnen met een object uit de collectie van Museum het Valkhof. Leonard van Munster had een lijst met voorwerpen gemaakt met onder andere een drinkbeker gemaakt van kokosnoot en zilver in de vorm van een uiltje, een Romeins gezichtsmasker en een tinnen bierpul. Geen van deze voorwerpen mocht echter zomaar het depot verlaten in verband met de waarde of kwetsbaarheid. Daarop koos van Munster een thermohygrometer; het apparaat waarmee de luchtvochtigheid in museumruimtes gemeten wordt. Een gewoon museaal gebruiksvoorwerp, en tegelijkertijd een symbool voor de controle op de omstandigheden waaronder museale voorwerpen bewaard worden. Deze geconditioneerde omgeving van het museum staat diametraal tegenover de omstandigheden waar van Munster zijn werken aan toevertrouwd…

Leonard van Munster maakte begin jaren 90 als pas afgestudeerde ontwerper samen met twee medestudenten furore als Dept. Ze maakten installaties en video-projecties voor de Roxy, de hoofdstedelijke club van Peter Gielen en Eddy de Clerck. Toen de andere Dept.- leden zich na enige tijd steeds meer in de richting van het grafisch ontwerpen bewogen merkte van Munster dat hij juist de beeldende kunst kant op wilde gaan. De gebruikelijke halteplaatsen voor een beginnende kunstenaar in Nederland - een werkperiode aan de Ateliers of de Rijksacademie, om daarna opgepikt te worden door een galerie - had hij echter niet doorlopen. Daarop besloot hij zijn ideeën op eigen initiatief in de openbare ruimte te realiseren.

Wat het meest opvalt aan van Munster’s beelden is de generositeit: vier palen met vuurwerksimulaties van led’s en in neon de aan- en uitfloepende woorden IK HOU VAN JE, een tropische fata morgana met palmen, bloemen en een waterval onder een viaduct, een drijvende Frank Lloyd Wright villa met automatische gordijnen waarachter het werk van steeds nieuwe gastkunstenaars zichtbaar word. Het zijn beelden die je in eerste instantie direct begrijpt en waarvan je je pas later gaat afvragen hoe en waarom ze eigenlijk tot stand zijn gekomen. Het unieke van kunstenaars is dat ze hun werk doen of ze nou gevraagd en betaald worden of niet. Meestal gebeurt dat in de beslotenheid van het atelier. De stap die van Munster maakt is dat hij dit autonome engagement met de kunst in de openbare ruimte laat plaatsvinden. Uiteraard zoekt hij daartoe samenwerking met gemeenten en fondsen maar het initiatief, de organisatie,  productie en in veel gevallen ook de zorg voor het onderhoud neemt hij zelf op zich. Daarmee betoond hij zich eigenlijk de ideale burger die actief en voor eigen risico en rekening in de samenleving participeert. Niet dat Van Munster er soms niet van baalt: “Dan sta ik daar weer op zaterdag in mijn overall het gezonken roeibootje dat bij de Frank Lloyd Wright villa hoort leeg te hozen, maar ja, je begrijpt: als ik met de voorzitter van de stadsdeelraad ga kijken of zij na vijf jaar het onderhoud van mij over willen nemen dan werkt het natuurlijk niet mee als we naar een gezonken bootje en afgebladerde muren staan te kijken”

In 2009 maakte Thomas Hirschhorn in de Bijlmer zijn tweede Spinozamonument in Nederland. (De eerste maakte hij in 2009 voor Casa Rosso op de Amsterdamse wallen). Hirschhorn bouwde en programmeerde zijn monument niet alleen. (o.a. met dagelijkse lezingen van Marcus Steinweg en een cursus in de geschiedenis van de performance voor middelbare scholieren). Hij was ook iedere dag gedurende de drie maanden dat het monument er stond persoonlijk aanwezig. In een interview benadrukte hij dit element van aanwezig zijn: “Ook al begrijpen mensen niets van Spinoza, de lezingen van Marcus of mijn werk, ze begrijpen het feit dat ik er zorg voor draag, dat ik hier altijd ben en zorg dat het hier allemaal goed loopt”

Het begaan zijn met iets wat zich in de openbare ruimte afspeelt is een zeldzame deugd geworden. Met al het goede dat de verzorgingsstaat sinds de jaren vijftig gebracht heeft is toch ook onmiskenbaar een gevoel van persoonlijke verantwoordelijkheid voor de openbare ruimte verloren gegaan. Tegelijkertijd heeft toenemende regeldruk het nemen van persoonlijke initiatieven in diezelfde openbare ruimte bemoeilijkt. De noodzaak om opnieuw, uit eigen initiatief, mede-vormgever van het publieke leven te zijn wordt zowel door burgers als politiek gevoeld. Het Oeuvre van Leonard van Munster is mede in dat licht voorbeeld stellend.

Gijs Frieling, september 2017